Industrie 4.0 in tijden van COVID-19... en wat erna?

De crisis die de coronaviruspandemie veroorzaakt heeft, heeft heel wat veranderingen met zich meegebracht. Ook wanneer de maatschappij stilaan weer opstart en we terug 'uit ons kot' mogen komen, zijn de uitdagingen niet voorbij. Hoe gaan maakbedrijven met de situatie om? Wat met de periode na de 'lockdown-light'? En wat betekent dit alles in het kader van Industrie 4.0? We vroegen het aan onze experts ter zake binnen Sirris.

Met het oog op de heropstart van maatschappij en economie maakten we bij Sirris een stand van zaken op en werpen we een blik in de toekomst.

Wat betekent de coronavirus-pandemie in het kader van Industrie 4.0?

"Industrie 4.0 is in de eerste plaats een zicht op de industrie in 2035. Deze paar maanden crisis en de daaropvolgende maanden heropbouw zouden hierbij wel eens in het niets kunnen vallen," verduidelijkt Jan Kempeneers, Senior Engineer Smart and Digital Factory.

Program Manager Precision Manufacturing Peter ten Haaf beaamt: "De langetermijnvisie van Industrie 4.0 is inderdaad ongewijzigd gebleven, zij het enigszins met vertraging van de implementatie. De crisis zal keuzes beïnvloeden, bepaalde keuzes zullen nu naar boven komen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van augmented reality, om op afstand iemand te kunnen helpen. Zaken die voor de crisis niet meteen hoog op het lijstje stonden, staan daar nu wel."

Ook Alain Jacques, Engineer Smart and Digital Factory, ziet de pandemie in een ruimere context: "Heel wat bedrijfsleiders hebben recent nog de nood aangegeven om verder te durven gaan dan de 4.0-concepten. De Covid-19-crisis toont de grenzen van de globalisering. We zien naast solidariteit ook het belang van creativiteit en reactiviteit. Ambitieuze doelen zijn nodig voor de duurzaamheid van onze economie voor de toekomstige generatie, met een sterke focus op mens en milieu."

Zullen bepaalde technologieën nu of in de toekomst aan belang winnen?

Bart Verlinden, Program Manager Smart and Digital Factory, merkt alvast enkele trends: "Door deze crisis zullen enkele technologieën, en dan vooral laagdrempelige tools, wellicht sneller ingang vinden, niet alleen in productiebedrijven - denk maar aan telewerken en de stortvloed aan nieuwe apps om transparantie te creëren. Na de crisis zullen dergelijke tools, zoals eenvoudige apps en opvolgingstools ook in productie een bredere uitrol kennen. De drempel naar digitalisering, die productiebedrijven ondervonden, kunnen ze nu overwinnen door dagelijkse ervaring en zo de link leggen naar productie. Nu we merken hoe sterk digitalisatie kan zijn, is de duw er om bepaalde zaken toch al te digitaliseren."

"Het gevaar van apps is wel dat deze nu snel gemaakt zijn, omdat ze nodig zijn, maar hoe veilig zijn ze en hoe goed zijn ze? Als die straks willen gebruikt worden in een productieomgeving, is dit een andere zaak. Is de data nog altijd bereikbaar? Hoe betrouwbaar is het databeheer? Zaken waarover nu niet nagedacht wordt. De technologieën zijn zeker bruikbaar in een productieomgeving, maar moeten eerst aangepast worden alvorens ze breed te gaan toepassen," heeft Peter ten Haaf hierbij als kritische bemerking.

"Inderdaad. Momenteel worden zowel nieuwe apps als producten ontwikkeld, zonder om te kijken naar veiligheid of accreditatie. Wanneer de markt regulier is, krijg je zulke ontwikkelingen aan de straatstenen niet kwijt," vervolgt Jan Kempeneers.

Business Unit Manager Advanced Manufacturing Walter Auwers ziet nog een andere bewustwording: "In productie groeit ook het besef van het belang van cyber security. Wat zo'n virus doet, is ook mogelijk in een computeromgeving, met eenzelfde effect, en op die manier gaat men nadenken over hoe zichzelf te beveiligen."

"3D-printen wordt momenteel voor de productie van medische hulpmiddelen ingezet, zoals beademingstoestellen, en de technologie kan voor heel wat bedrijven nu wel een oplossing bieden. Enerzijds zijn er de zorgverleners die er nood aan hebben voor hun bescherming en anderzijds zijn de grote ondernemingen nu ineens op zoek naar oplossingen die 3D-printbaar zijn, om op heel korte termijn oplossingen te bieden, bijvoorbeeld om beademingstoestellen te maken, in spare parts te voorzien en dergelijke. Door de huidige situatie kan de technologie haar mogelijkheden bewijzen: op zeer korte termijn en ter plekke, dus zonder lange logistieke keten, onderdelen printen. Het enige wat nodig is om te beginnen produceren, zijn 3D-files," weet Benjamin Denayer, Team Leader Additive Manufacturing.

Benjamin: "Er zijn al mooie voorbeelden. Zo heeft Materialise een accreditatie bij het FAGG aangevraagd voor een 3D-geprint onderdeel - een NIP Connector - waarmee componenten die vandaag al in de meeste ziekenhuizen beschikbaar zijn, samengebracht kunnen worden tot een PEEP-masker, dit is een overdruktoestel. Dit toont de flexibiliteit van de technologie aan om heel snel een nieuw device te ontwikkelen of heel snel om te schakelen naar de opstart van een product, bijvoorbeeld bij een tekort. Natuurlijk moet er wel met enige voorzichtigheid worden mee omgegaan; niet iedereen kan zomaar stukken beginnen printen voor een intensive care-omgeving."

"De vraag blijft hierbij of het productiesysteem van bedrijven ook snel kan omschakelen, om zo de terugval van het ene product of de nood aan het andere product te kunnen opvangen," merkt Walter Auwers op.

"Om in noodgevallen toch enigszins te kunnen verder werken, kunnen bedrijven investeren in 3D-printen voor een strategische lokale productiecapaciteit die kan blijven draaien. Maar dan heb je wel op dat ogenblik de kennis nodig om het ook effectief te kunnen doen, dus waarom niet na de crisis die kennis opbouwen, om bij een volgende keer voorbereid te zijn?" vraagt Peter ten Haaf zich af.

Walter Auwers sluit hierbij aan: "Is de productie van bijvoorbeeld stoffen mondmaskers via doorgedreven automatisatie en digitalisatie ook hier niet economisch mogelijk voor Belgische fabrikanten die nu al aan massaproductie doen? Vergelijkbare producten worden hier al massaal geproduceerd. De kennis om productiemachines te maken om dergelijke producten te fabriceren is in elk geval hier aanwezig."

Welke mogelijke effecten kunnen onze bedrijven verwachten na de crisis?

"Het is niet zo dat er tekorten zijn aan materialen, dus wanneer het zover is, kunnen bedrijven terug opstarten met hun activiteiten. Sijpelt de vraag door naar de supply chain, dan start die ook wel weer op," voorziet Walter Auwers.

Bart Verlinden ziet zelfs meer dan dat: "Wel hebben we van een aantal toeleveranciers opgepikt dat er hier mogelijk een opportuniteit is: wanneer Tier 1 en OEM's  hun assemblage heropstarten, zullen toeleveranciers heel snel moeten kunnen reageren om onderdelen aan te leveren. Wie dan ook effectief heel snel kan zijn, met korte doorlooptijden, zou wel een extra marktaandeel kunnen winnen. Door snelle leveringstijden zou men zo nieuwe klanten kunnen aantrekken, ook voor nieuwe onderdelen. In een heropstartfase zou het voor machinebouwers bijvoorbeeld wel eens heel belangrijk kunnen zijn onderdelen op tijd of toch heel snel toegeleverd te krijgen. Flexibiliteit en een korte doorlooptijd zouden zo na de crisis voor extra werk en klanten kunnen zorgen."

"Het is nog vroeg en 'herlancering van de machine', in de hoop op een terugkeer naar groei, lijkt nu utopisch. Ik durf geloven dat het lokaal en nationaal gebeuren voortaan meer aandacht en steun zullen krijgen, dat er zelfs sprake kan zijn van 'relokalisatie'. Door de bestaande korte kringen te promoten via steun aan productiesites in onze regio en ons land, en door aanmoediging van de ondernemingszin, die zo typisch zijn voor veel Belgen. Onze fabrikanten zijn agile en oplettend, en dat moet verder aangemoedigd worden," voegt Alain Jacques hieraan toe.

"Op langere termijn hoop ik op een positief effect, dat er hier weer meer goederen zullen geproduceerd worden die tot nu in China of elders geproduceerd worden, vanuit strategisch oogpunt. Bedrijven die met Chinese leveranciers werken, liggen sinds januari al stil, hebben nu zelf de crisis doorgemaakt en zullen nog stil liggen tot in mei. Hadden zij hier ook wat productie gehad, dan hadden ze misschien die eerste maanden nog wat kunnen verder werken tot ze zelf getroffen werden. Maar alles is nu zo mondiaal geworden, dat wanneer er ergens iemand in de keten afhaakt, de volledige keten stil valt," gaat Peter ten Haaf verder.

"De supply chain in de industrie hangt zo aan elkaar dat het moeilijk te zeggen is welke sectoren kritische sectoren zijn. De toevoer van de medische sector, van medische apparatuur tot tot ziekenhuisbedden toe, die heeft betrekking op het hele economische weefsel van productiebedrijven. Heel de maakindustrie is dus kritisch, om een systeem in beweging te houden. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat een mondmaskertje zo essentieel zou zijn in een systeem?" aldus Walter Auwers.

"Maar vergeten we ook niet het effect van de stilliggende sectoren op de maakindustrie. Hoeveel bedrijven werken niet voor de horeca, voor beurzen, de evenementensector? Daar zijn veel maakbedrijven bij betrokken en daar zal er ook een impact zijn," merkt Jan Kempeneers op.

Peter ten Haaf: "We horen van sommige kmo's die blijven produceren zijn, dat de order-intake nu moeizamer begint te lopen, omdat klantbedrijven stil liggen. Als de situatie nog langer aanhoudt, zal dit dus ook een effect hebben voor deze kmo's. Veel bedrijven hebben eigenlijk de laatste weken hun back-log kunnen wegwerken."

Ook Alain Jacques ziet zowel lichtpunten als problemen: "Het grote aantal acties dat werd ondernomen voor de productie van medische uitrustingen toont de mogelijkheid van onze fabrikanten om zich snel en op korte termijn te kunnen herstellen. Maar als we dan bijvoorbeeld naar Wallonië kijken, zien we dat een groot aantal kmo's het momenteel zwaar hebben en ook na de crisis wordt verwacht dat het herstel moeilijk zal verlopen."

"België is een exportland. Zelfs al is de crisis hier voorbij, zo lang het in de exportlanden - al zit daar een heel stuk EU bij - niet opgelost is en die niet terug op gang komen, speelt dit voor de bedrijven hier ook mee," besluit Walter Auwers.

Hoe kunnen bedrijven, nu en naar de toekomst toe, reageren om het effect op te vangen?

Walter Auwers: "Wat zou het betekenen om producten als mondmaskers hier automatisch te produceren? In plaats van er de facto vanuit te gaan dat dat in China moet. Een aantal bedrijven start nu juist een aantal innovatieprojecten op of herbekijkt bepaalde zaken. Dit omdat er nu de ruimte is, die ontbreekt in het normale regime of in piekregime. Dan gaat er weinig aandacht naar vernieuwingsprojecten, maar wanneer de financiële draagkracht er is, is het nu het moment om daar werk van te maken. Zo is het nu ook het gepaste moment om in bedrijven alle afdelingen op één lijn te krijgen bijvoorbeeld over wie aan welke projecten werkt. Sirris kan hierbij hulp bieden, aangezien ondersteuning bij innovatieprojecten, haalbaarheidsstudies, technologiekeuzes tot de basis van onze dienstverlening behoort. Veel bedrijven experimenteren nu met nieuwe technologieën, zoals additive manufacturing, en soms gebeurt dit eerder op knutselniveau. Vanuit Sirris kunnen we dit op een meer wetenschappelijk niveau begeleiden."

"Bij bepaalde technologieën die nu waarschijnlijk meer naar voor zullen komen, zoals augmented reality, kunnen we zeker helpen: hoe een bedrijf dat correct kan implementeren, wat op de markt is, wat degelijk is en goed werkt," gaat Peter ten Haaf verder.

Jan Kempeneers ziet een opportuniteit: "Bedrijven die vroeger al flexibiliteit in productie kenden en goed kunnen omschakelen, zoals Tesla, zullen misschien inspirerend werken op andere bedrijven die dit niet kunnen. De manier van aanpakken om snel te schakelen, om de plotse vraag naar een product op te vangen, ook al zal dat product niet direct aan alle vereisten voldoen, die aanpak kan ook voor potentiële klanten gebruikt worden, wanneer duidelijk gecommuniceerd. Zo kan al direct een proof-of-concept, een 'minimal viable product', gemaakt worden als antwoord op een niet-evidente vraag van een klant. Later kan dit dan verder uitgewerkt worden, wanneer er meer vraag is. Als je duidelijke afspraken kan maken over wat de klant wil en wat mogelijk is, eventueel met toegevingen van beide kanten, dan kan je tot een overeenstemming komen. Dit soort principes kan je ook in bepaalde gevallen in de reguliere economie toepassen."

Alain Jacques ziet hierbij verschillende taken voor Sirris weggelegd: "Als onderzoekscentrum in dienst van kmo's is het aan ons hierin overtuigend te zijn, ze te tonen dat een andere aanpak mogelijk is en hen te helpen bij hun technologische keuzes, in R&D en industrialisatie. Ook moeten wij, maar even goed federaties zoals Agoria, zowel projecten als steun en subsidies aan kmo's aanmoedigen, als aanvullende inspanning om het technologische niveau te behouden."

"Het is niet ondenkbeeldig dat de epidemie er in het najaar opnieuw is en bedrijven zich beter  hiernaar proberen in te richten, met het oog erop dat deze noodsituatie wel eens vaker zou kunnen voorkomen. Hoe kan je meer en beter samenwerken op afstand? Dan hebben we het niet alleen over video-conferencing, maar ook vanop afstand samen aan projecten werken, de productie opvolgen, met klanten communiceren, ... en dit valt dan weer onder Industrie 4.0. Is de juiste technologie aanwezig, dan kan men bijvoorbeeld machines opvolgen van thuis uit. Wie het gemis hieraan nu ervaart, zal hierin sneller geïnteresseerd zijn voor de toekomst," meent Peter ten Haaf.

"We zullen uiteraard niet in staat zijn te werken aan de kosten die in Azië van toepassing zijn, maar we hebben geleerd meer 'smart' te zijn en zeer efficiënte productietools te ontwikkelen. Alles zal ook afhangen van de voorwaarden en mogelijke hulp om de bedrijven en de economie te steunen. Er zal een globale, 'after-Covid-19'-georiënteerde visie nodig zijn die ook van toepassing is op Wallonië, Vlaanderen en Brussel en een nood om onszelf in vraag te stellen, " concludeert Alain Jacques.