Slim label monitort warmtebelasting op verpakkingen

Een slim label dat op verpakkingen kan worden aangebracht meet de omgevingstemperatuur tijdens de logistieke keten. Een mogelijke toepassing bleek monitoring van toners voor hittegevoelige substraten, om de kwaliteit van de inkt te vrijwaren.

Xeikon in Lier ontwerpt, ontwikkelt en levert digitale kleurenprintsystemen op basis van rotatiepersen die gebruik maken van leds en droge toner. Het bedrijf bracht enkele jaren geleden een nieuwe droge toner voor hittegevoelige substraten op de markt en voerde daarbij enkele extra kwaliteitscontroles uit. De ultrafijne poederdeeltjes van de nieuwe toner bleken immers te agglomereren als ze bij hoge temperaturen bewaard worden, wat een negatief effect kon hebben op het drukproces. Dit maakte van de temperatuur van de toner plots een probleem.

Men ging op zoek naar een betrouwbaar meetsysteem om de temperatuur van de toners te monitoren: het Timestrip Plus-smartlabel van Innolabel. Dit label geeft aan of de verpakking niet te lang aan een hoge temperatuur werd blootgesteld tijdens opslag of transport. De afnemer kan dit eenvoudig aflezen van het label op de verpakking van de toner.

Werking

Het label bestaat uit een groene, gele en rode zone die de kwaliteitsstatus van het product aangeven. Het label wordt met een eenvoudige druk op een knopje geactiveerd, dit bij een temperatuur die hoger is dan de maximale temperatuurgrens, zodat de blauwe vloeistof die het label bevat vloeibaar wordt en door de druk in een membraam terecht komt. Na deze activering kan het label aan een lagere temperatuur worden bewaard tot gebruik. Als de vloeistof tijdens gebruik in de rode zone van het venster komt, betekent dit dat de kwaliteit mogelijk aangetast is. De shelf-life van het label bedraagt twee jaar, waardoor de temperatuur ook tijdens opslag kan gecontroleerd worden. Een toner wordt doorgaans binnen een paar maanden na levering gebruikt.

Testen bij een klant bevestigden dat de sensor voldeed aan de gebruikers- en kwaliteitseisen. De temperatuurnauwkeurigheid bleek hierbij 1 procent te bedragen.